Biografie​

Al vanaf zijn vroege jeugd had Peter van Zwol (1950) belangstelling voor tekenen en schilderen. Ooit (1956?) kreeg hij op een Sint Nicolaasfeest van de fabriek waar zijn vader werkte een doos met plakkaatverf. Bij thuiskomst ging hij er direct mee aan de slag. Achteraf gezien zou dát wel eens een belangrijk moment kunnen zijn geweest voor zijn belangstelling voor beeldende kunst. ​

Zijn vader nam hem op jonge leeftijd mee naar het (voormalig) atelier en woonhuis van Oswald  d’Aumerie (* 30-07-1865, Waalwijk  † 05-04-1962, ’s-Gravenhage) in Den Haag dat als een klein museum was ingericht.  d’Aumerie was een schilder uit de Haagse school. Hij (zijn vader) had in dit huis een elektro-technische installatie aangelegd en was enthousiast geraakt over wat hij had gezien.
 

Het moet ergens eind vijftiger/begin zestiger jaren zijn geweest dat hij op een jongensclub van de CJMV af en toe les kreeg van een huisschilder die in een troosteloze achterstandsbuurt woonde en in zijn vrije tijd de (figuratieve) schilderkunst beoefende. Kort geleden heeft hij nog wat van zijn tekeningen in kleurpotlood van toen teruggevonden bij het ruimen van het ouderlijk huis.



​Toen hij bij diezelfde gelegenheid zijn oude rapporten van de lagere school terugvond, ontdekte hij dat hij in alle klassen een negen voor tekenen op zijn rapport had.

Naast het buitenspelen was hij vaak met vetkrijt en kleurpotloden in de weer. Waarschijnlijk is toen zijn eerste abstracte tekening ontstaan..


Na een halve eeuw is zijn sluimerende belangstelling voor tekenen en schilderen weer naar de oppervlakte gekomen. In 2005 heeft hij zich aangesloten bij een groep abstracte schilders van het ICO te Assen onder leiding van Aldrik Salverda. 


“Het is een geweldige ervaring om telkens weer nieuwe ontdekkingen te doen terwijl je een doek bewerkt met verf en soms organische materialen. Kleurencombinaties die je niet voor mogelijk had gehouden en vormen die soms bewust en vaak onbewust ontstaan, zuigen je als het ware in je werk en heb je een tijdje geen weet meer van wat er om je heen gebeurd.
Het werken in zo’n groep is geweldig. Met respect voor elkaars stijl, los in de omgang en soms kritisch, maar altijd inspirerend en ontspannen. Gaandeweg leer je anders en beter te kijken, ontwikkel je een eigen stijl of durf je nieuwe wegen in te slaan.”
De moderne kunst vanaf 1900 (bijv. Kandinsky en Rothko) is een belangrijke  inspiratiebron voor hem, maar ook de uitdaging om afvalmateriaal toe te passen in abstracte werken.
De laatste jaren is Peter werkzaam in een grafisch Atelier, waar hij verschillende hoogdruktechnieken toepast en het experiment niet uit de weg gaat.